Nadat ik dus geboren was, gebeurde dus het volgende:
De dierenarts-assistente, altijd druk-druk-druk, keek naar me.....
Ze had echter niet het geduld om echt te kijken, laat staan om mijn
welovermogen overwegingen over mijn overkomst alhier te overwegen...
Ze heeft me 'geboekt'
als jarig zijnde op 30 april. Vanaf die tijd beginnen ze op die verjaardag
(toen ik nog op de flat woonde bij mij voor de deur) een optocht met veel lawaai
en lots of heisa. Voor mij had dat niet zo gehoeven.
Van mijn broertjes en zusjes was ik de eerste, zeggen ze.
De man, bij wie wij toen allemaal inwoonden, noemde me daarom, heel origineel en
misschien wel met vooruitziende blik: Nummer 1.
Maar toentertijd voelde ik me
nog niet zo. Als 't me uitkwam luisterde ik er goed naar. Als het me uitkomt
luister ik nog steeds goed trouwens.
 | |
| de kat z,n viool |
Later hebben we toen onze intrek genomen bij dametje A.K.*, die heel goed en liefdevol voor
ons zorgde. Een trauma heb ik echter overgehouden aan een bezoek aan een
dierenarts, waar ik in een mandje, op de fiets, naar toegebracht werd en geheel versuft
van teruggekeerd ben.
Bij thuiskomst bleek ik te zijn bestolen, mijn zakken
waren leeg en alles deed zeer. Mijn familie vond mij vreemd ruiken en heeft
mij toen verstoten, waardoor ik mijn heil achter de wasmachine heb gevonden.
( *Juffrouw A.K. komt mij nog zo nu en dan, na al die jaren, opzoeken, want ze
was erg op mij gesteld. Ik von haar ook erg aardig, maar we aten nooit vis).
Hoe dingen kunnen veranderen....
Na een ongelofelijk lange reis per besteleend ben ik, toen ik bijna 2 was,
op een flat twee hoog terechtgekomen. Ik vonnut vreselijk eng. Ik moest door
alle ellende in kattentherapie. Die werd door mijn huidige mens gegeven.
Zo'n therapie is heel wat voor een kat, hoor. Het moeilijkste is leren je bloot
te geven en er wat op te vertrouwen dat dat goed uitpakt. Iedere dag weer ging
dat mens op d'r buik voor de kast, waar ik achter de sokkendoos een betrekkelijk
veilig onderkomen had gevonden, zachtjes tegen mij praten. Wat ik vooral
bijzonder eng vond was dat ze een vinger naar me uitstak en later twee.
Na een poosje begon ik echter te beseffen dat ze d'r klauwen ingetrokken had.
Toen er een doos met een rond gat waar alleen ik door kon kwam, durfde ik
de kamer vluchtig door en die doos in.
Ook heb ik heel veel steun gehad aan
de kamerplanten, welke ik gebruikte als oerwoud vanwaaruit ik de situatie
in mij op kon nemen. Langzamerhand ben ik toen geresocialiseerd.
Maar nog steeds heb ik last van angst voor grote vlaktes (agorafobie),
drukbewegende, luidruchtige mensen, en andere dieren zoals honden en
stofzuigers. Maar mijn mens zegt dat dat niet erg is omdat ik de liefste
en knapste kat ben die er is.
De situatie toen ik op de flat woonde.

Hier ben ik uiteindelijk helemaal tot mezelf gekomen. Hier hebben ze me
Slaapmuts genoemd, omdat ik die bloemetjes zo mooi vind.
Veel mensen denken dat ik Slaapmuts heet omdat ik er zo uitgerust uitzie,
maar dat is maar zeer betrekkelijk.
In deze kunstzinnige omgeving, wie met verf omgaat wordt
ervan gevlekt, kwam het in mij op gedichten te maken.
Door al mijn
levenservaring had ik immers complexen genoeg, dacht ik. Dat bleek juist en
ook bleek ik hier mijn ongekende talent tentoon te kunnen spreiden.
Een luisterend oor doet tenslotte soms wonderen.
Eveneens heb ik mijn mens bereid gevonden mijn
gedichten op te schrijven, voor het nageslacht.....eh....ik bedoel voor de
katheid in het algemeen. Ook heb ik het initiatief genomen tot de oprichting
van mijn viool, een belangwekkende krant met nieuws en achtergronden over mijn
culturele erfgoed of zo. Binnen korte tijd heb ik mijn onderkomen toen kunnen
laten inrichten als de kat z’n kantoor.
Toen ik hier pas aankwam wist ik niet dat ik dit allemaal in mij had.
In augustus 1995 verscheen mijn eerste bundel Katzwijm en later, februari 1996,
mijn tweede bundel Huistijgerblues. In het diepste geheim werkte ik aan mijn
volgende bundel, Maneschijn en Rozegeur, maar deze is nooit als bundel
gepubliceerd, wel verscheen er een kaartenset. In die nieuwe gedichten gaf
ik mijn visie en frustratie vorm over de opvoeding van de mij toegewezen
gezelschapsdame poes Maneschijn (kortweg Schijntje).
Op de afbeeldingen en tekst rust auteursrecht.
Het is niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs en de uitgever afbeeldingen of tekst op enigerlei wijze te reproduceren.
© A.M. Versteyne
© M.M. Duim
